Binnen de Lijn – Buiten de Lijn
In therapie verwijst het begrip grenzen naar zowel interne als externe kaders die veiligheid, identiteit en interactie vormgeven. Grenzen kunnen:
Abstract en figuurlijk zijn (bijv. limieten, rand, scheiding, grenzeloosheid).
Concreet en fysiek zijn (bijv. muren, lijnen, palen, grensposten).
Persoonlijk en relationeel zijn (bijv. persoonlijke grenzen, grensoverschrijding).
Sociaal-politiek zijn (bijv. landgrenzen, grensovergangen).
In therapie bieden deze metaforen een rijk bronmateriaal: cliënten kunnen verkennen hoe zij grenzen waarnemen, aangeven, overschrijden of juist vermijden. Het thema nodigt uit tot onderzoek van autonomie, veiligheid, ruimte innemen, relaties, keuzes en controle.

Wil je toegang tot deze opdracht?
Je gebruikt hiervoor opdracht-credits.

