Het overlevingsmechanisme
Wanneer een cliënt angst ervaart, activeert het lichaam automatisch één of meerdere overlevingsmechanismen. Dit zijn vaak onbewuste reacties zoals vermijden, bevriezen, aanpassen, controleren, vechten of vluchten. Deze reacties zijn ooit ontstaan om veiligheid te waarborgen en hebben in het verleden een beschermende functie gehad. In de huidige levensfase kunnen zij echter belemmerend worden of het dagelijks functioneren beperken.
Binnen de vaktherapie wordt angst niet uitsluitend benaderd vanuit cognitie of taal, maar ervaringsgericht: via lichaam, zintuigen, verbeelding, spel en expressie. Door het overlevingsmechanisme concreet en zichtbaar te maken, ontstaat er afstand tot de angst en ruimte voor reflectie. Dit draagt bij aan:
erkenning van de beschermende intentie van het mechanisme
bewustwording van de huidige impact op lichaam, emoties en gedrag
het vergroten van keuzevrijheid en regie in het hier-en-nu
De cliënt staat centraal als expert van de eigen ervaring. De therapeut sluit aan bij het tempo en de draagkracht van de cliënt en begeleidt het proces zonder te forceren of te sturen richting een vooraf bepaald resultaat.
Binnen deze opdracht wordt gewerkt aan:
inzicht in persoonlijke angstreacties en overlevingsstrategieën
vergroten van lichaams- en emotieregulatie
versterken van zelfcompassie en zelfbegrip
verkennen van helpende alternatieven passend bij de huidige situatie

overlevingsmechanisme
Wil je toegang tot deze opdracht?
Je gebruikt hiervoor opdracht-credits.

